Groninger bestuurders met benen op tafel

Gedeputeerde Mirjam Wulfse.

Gedeputeerde Mirjam Wulfse.

VEENDAM – Hoe moet Groningen er in de toekomst uitzien? Om informeel van gedachten te wisselen over de inrichting van de provincie legt gedeputeerde Mirjam Wulfse samen met gemeentelijke bestuurders de komende weken ‘benen op tafel’.

Waar komen er wel of geen wind- en zonneparken? Welke gemeenten hebben plek voor de tienduizenden woningen uit het Deltaplan? En hoe kijken gemeenten aan tegen economische ontwikkelingen? Deze en andere onderwerpen liggen naast de bestuurlijke benen ter bespreking op tafel. Niet om beslissingen over te nemen. Wél om openlijk met elkaar te bespreken op konsen en knelpunten. De uitkomsten van deze gesprekken krijgen een belangrijke plek in de nieuwe provinciale Omgevingsvisie.

Omgevingsvisie 

De Omgevingsvisie is het belangrijkste document van de provincie. Hierin staat het provinciale strategische beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Op hoofdlijnen staat beschreven hoe de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen ingericht en gebruikt zal worden. Daarnaast bevat het een lange termijnschets voor ontwikkelingen (maatschappelijk en klimatologisch) en laat het zien hoe beleid onderling samenhangt. De provinciale Omgevingsvisie houdt het midden tussen de Nationale Omgevingsvisie die het Rijk had opgesteld en de diverse Gemeentelijke Omgevingsvisies. 

De samenhang tussen deze visies is volgens gedeputeerde Mirjam Wulfse daarom van groot belang. ,,Neem bijvoorbeeld de energietransitie waarin wind- en zonneparken een belangrijke rol spelen. Inwoners hebben er niks aan als Rijk, provincie en gemeente elk wat anders willen. Dat maakt samenwerking en afstemming tussen de overheden een eerste prioriteit.”

Samenwerking en afstemming

Een ander punt van bespreking is de noodzakelijke samenwerking en afstemming na invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022. Inwoners en ondernemers kunnen vanaf die datum met initiatieven en vragen terecht op één plek, het Omgevingsloket. Ongeacht aan welke overheid de vraag werd gesteld, moet er binnen acht weken antwoord komen. Dat vraagt om samenwerking en afstemming tussen gemeenten, provincie, waterschappen en de uitvoeringsorganisaties van het Rijk.

Via De Koerier

Reizen Laos