Loopgroep De Drentsche Aa haalt veel zwerfafval op met ‘ploggen’

Wethouder Wiersema gooit de eerste vuilniszak in de container. (foto Persbureau Drenthe/Herman van Oost)

Wethouder Wiersema gooit de eerste vuilniszak in de container. (foto Persbureau Drenthe/Herman van Oost)

ZUIDLAREN – Leden van Loopgroep De Drentsche Aa hebben Zuidlaren en omgeving zondagochtend weer ontdaan van een hoop zwerfafval. Dat deden ze door te ‘ploggen’: een combinatie van joggen en ‘plocka’, het Zweedse woord voor verzamelen.

Ruim twintig leden van de loopgroep kwamen zondagochtend bijeen op de Brink in Zuidlaren en verspreidden zich vanaf daar – gewapend met handschoenen, grijpers en vuilniszakken – in kleine groepjes over het dorp. Mirjam Bijlsma liep met haar groepje richting Vries. ,,Maar ter hoogte van camping ‘t Veenmeer in Tynaarlo hadden we onze vuilniszakken al vol.”

Het groepje van Bijlsma trof onderweg merkwaardige objecten aan. ,,Bij de carpoolplaats langs de N34 vonden we een doorgeknipt kettingslot van een fiets. En verder: de kettingkast van een fiets, een tandenborstel, een wieldop, een plastic zakje met een hondendrol erin en verder heel veel mondkapjes en verpakkingen. Het blijft bijzonder om te zien wat mensen allemaal achterlaten in de openbare ruimte.”

Sinds er statiegeld op plastic flesjes zit, worden er volgens Bijlsma minder flesjes weggegooid. ,,We vonden er opvallend minder dan vorig jaar. Nu nog statiegeld op blikjes…”

Rond elf uur waren de ploggers weer terug op de Brink. Daar stond wethouder Hanneke Wiersema van de gemeente Tynaarlo hen op te wachten. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners om zwerfafval op te ruimen. Dit doet de gemeente door grijpers, hesjes en afvalzakken beschikbaar te stellen. De wethouder gooide op symbolische wijze de eerste vuilniszak in de afvalcontainer.

Het was de tweede keer dat Loopgroep De Drentsche Aa ging ploggen rondom World Cleanup Day, een jaarlijkse wereldwijde opruimactie om het probleem van zwerfvuil aan te pakken. Een nieuwe traditie lijkt geboren. Mirjam Bijlsma: ,,Maar eigenlijk hopen we natuurlijk dat het in de toekomst niet meer nodig is.”