50 jaar SHC: geschiedenis leeft voort

STADSKANAAL – Op 22 mei 1970 werd in het gemeentehuis in Stadskonaal een vergadering gehouden van belangstellenden in de historie van de gemeente. De initiatiefnemers, onder wie Wiebe van der Ploeg, waren van mening dat door de vele veranderingen die recentelijk plaats hadden gevonden het de hoogste tijd was om alles wat tot het woongebied behoorde te inventariseren. De eerste activiteiten waren zo’n succes dat op 5 oktober 1971 de Stichting Streekhistorisch Centrum werd opgericht. Nu, vijftig jaar later, is de stichting uitgegroeid tot een museum met documentatiecentrum, veel activiteiten en het eigen historisch magazine Veerten.

door Margreet Pronk 

,,Aanvankelijk was Stadskonaal een echt lintdorp, maar door de komst van Philips veranderde er veel: oude gebouwen werden gesloopt, er kwamen veel nieuwe woningen voor terug en meer faciliteiten. Waar voorheen het centrum van de handel meer richting het STAR-station zat, verplaatste zich dat steeds meer richting de plek waar het nu nog steeds is gevestigd’’, vertelt directeur Helen Kämink. ,,Al die veranderingen waren reden om de stichting op te richten. In het begin was er nog geen eigen pand: in het begin werd een lokaal gehuurd in de oude Ulo, daarna verhuisde de stichting naar de voormalige Burgemeester Lieseschool. Op 14 maart 1975 is het Streekhistorisch Centrum in Huize ter Marse getrokken, al is dat in het begin ook nog wel een strijd geweest. De gemeente had het pand geërfd van de familie Maarsingh en tot midden jaren ’90 is een deel van het pand zelfs nog bewoond geweest.’’

Kämink is sinds 1998 directeur van het Streekhistorisch Centrum. ,,Ik had nog niet zo lang mijn studie Kunstgeschiedenis afgerond en dit is eigenlijk mijn eerste echte baan. Ik had nooit verwacht hier zo lang te zijn, maar je bent hier steeds weer met iets anders bezig. Dat houdt nooit op en houdt het interessant.’’ In de afgelopen 23 jaar had ze alle veranderingen meegemaakt. ,,En dat zijn er nogal wat geweest. Er was eigenlijk nog weinig mogelijk toen ik hier begon. Inmiddels hebben we een collectie opgebouwd van 30.000 foto’s, 5000 boeken en ontelbaar veel documenten. We nemen ook bijzondere voorwerpen aan, maar daar moet dan wel een verhaal aan vast zitten. Want het verhaal maakt het object. Er werd steeds meer gedigitaliseerd en alles gebeurt tegenwoordig online. Zo zijn we gekoppeld aan de Groninger Beeldbank. Verder zijn we in de loop der jaren steeds meer activiteiten gaan organiseren en we hebben sinds negen jaar een dependance in De Oude Stelmakerij in Sellingen. In Stadskonaal was er eigenlijk weinig ruimte om stil te stonden bij de geschiedenis van Westerwolde, waarop we naar toenmalig wethouder Lok van de toenmalige gemeente Vlagtwedde zijn gestapt om te kijken of ze iets voor ons konden betekenen. Daarop kregen we te horen dat we te weinig zichtbaar waren in het gebied. We hebben daarom eerst iemand uit Westerwolde als bestuurslid benoemd en later had historicus Jochem Abbes, die nog steeds werkzaam is bij de gemeente Westerwolde, ons op het pand van De Oude Stelmakerij in Sellingen gewezen. Het was aardig verpauperd, maar na een grondige restauratie hebben we het in 2012 in gebruik kunnen nemen.’’

Verhuizing
Momenteel zijn er vergaande plannen om meer met de Bibliotheek Stadskonaal te gaan samenwerken en op termijn naar hun pand te verhuizen. ,,We hopen hier in de zomer van 2023 definitief gevestigd te zijn, maar dat is ook afhankelijk van fondsenwerving. In totaal hebben we een bedrag van €350.000,- nodig. De hele bibliotheek gaat op de schop: onze presentaties worden volledig geïntegreerd met hun collectie, waarbij er veel aandacht zal zijn voor interactiviteit en audiovisuele ondersteuning. De benedenverdieping werd dan publieke ruimte, boven komt dan het archief, onze ruggengraat.’’ Op de nieuwe locatie hoopt het Streekhistorisch Centrum meer publiek te trekken. ,,We zitten hier ook centraler en zijn beter bereikbaar. We richten ons dan met name op jongeren. Zo willen we scholen meer betrekken door ze lessen te laten volgen.’’ Kämink hoopt wel dat als het Streekhistorisch Centrum uit Huize ter Marse is vertrokken, deze locatie wel een representatieve functie blijft behouden. ,,Het is eigendom van de gemeente, wij huren het alleen maar. Het is een pand uit 1884 dat z’n charmes had en we willen het niet op ons geweten hebben dat het straks verpauperd als wij vertrokken zijn.’’

Nu de coronamaatregelen weer enigszins zijn versoepeld, is het Streekhistorisch Centrum weer gestart met de zondagmiddagactiviteiten. ,,Wat je veel hoort van bezoekers is dat ze, naarmate ze ouder worden, toch meer een hang naar vroeger hebben. De reacties zijn veelal nostalgisch en hangen vaak samen met persoonlijke herinneringen.’’ Door de lockdown had ook het museum enige tijd de deuren gesloten, waardoor alle inkomsten wegvielen. ,,Gelukkig hadden we de subsidies nog en hebben veel donateurs een extra schenking gedaan.’’ Wel is besloten om de zondagmiddagactiviteiten voorlopig om de week te organiseren. ,,Mochten er onverhoopt toch weer beperkingen komen, dan scheelt dat een hoop gedoe. Maar we hopen natuurlijk dat we weer richting de oude situatie kunnen gaan. Het had voor iedereen wel lang genoeg geduurd.’’

Woensdag is tijdens een receptie in het Streekhistorisch Centrum een speciale jubileumuitgave van Veerten gepresenteerd, waarvoor onder meer oud-vrijwilligers en oud-voorzitters zijn geïnterviewd. ,,En nu gaan we gewoon weer verder met waar we altijd mee bezig zijn: het bevorderen van de belangstelling voor en het vergroten van de kennis van de Kanaalstreek.’’

Via De Nieuwsbode