Historische foto’s van opgraving in Ezinge te zien in Museum Wierdenland

Opgraving in Ezinge, 1932. Foto: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

Opgraving in Ezinge, 1932. Foto: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

EZINGE – In Museum Wierdenland in Ezinge is van 20 november tot en met 19 juni de expositie Kiek! Opgravingen in beeld te zien. Het gaat om een selectie van de foto’s die ongeveer een eeuw geleden zijn gemaakt van de archeologische opgraving in Ezinge.

Bij de opgraving in de wierde van Ezinge, tussen 1923 en 1934, onder leiding van archeoloog Albert van Giffen zijn zo’n 500 foto’s gemaakt. In samenwerking met het Groninger Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit Groningen laat het Ezinger museum een deel van de foto’s zien.

Zware houten camera

Even snel een ‘kiekje’ schieten zoals nu was in die tijd niet mogelijk. Om alles nauwkeurig op glasplaten te kunnen vastleggen, moest de fotograaf een zware houten camera over het opgravingsterrein slepen. De foto’s zijn scherp, waardoor men ze behoorlijk had kunnen uitvergroot. Zo komen de mensen en de resultaten van hun graafwerk in de wierde van Ezinge echt tot leven. Hoewel niet bij iedere foto is aangegeven wie de maker ervan is, werd aangenomen dat dit in de meeste gevallen Bertus Postema is. Postema was in vaste dienst bij Van Giffen als fotograaf en tekenaar.

Een begrip

Ezinge is een begrip in de internationale archeologie, omdat Van Giffen hier voor het eerst een gedeelte van een wierde structureel en met nieuwe opgraaftechnieken grootschalig had onderzocht. Hij kwam erachter dat men in Noord-Europa 2500 jaar geleden niet in primitieve hutten woonde, zoals altijd werd gedacht, maar in behoorlijk grote boerderijen, die ook nog eens goed bewaard waren gebleven.

Breder publiek

In de tentoonstelling gaat ook aandacht uit naar archeoloog Piet Kooi. Met Kirsten van der Ploeg schreef hij het boek Ezinge, ijkpunt in de archeologie, waarin de foto’s van de opgraving in de wierde van Ezinge centraal stonden. Kooi maakte de foto’s toegankelijk voor een breder publiek. Niet alleen door de publicatie van het boek, maar ook door de tekeningen die hij maakte bij de foto’s waarop hij de verschillende restanten van gebouwen in kaart bracht.

Deze tentoonstelling is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het J.B. Scholtenfonds.

Via De Ommelander