Regionale glasindustrie komt samen in tentoonstelling Goedewaagen

NIEUW-BUINEN – Het Keramisch Museum Goedewaagen en glasverzamelaar Henk Brans uit Nieuw-Buinen hebben samen de nieuwe expositie ‘Glasindustrie in Nieuw-Buinen en de gemeente Stadskonaal’ op poten gezet. 

In het verhaal over de glasindustrie in de Kanaalstreek ligt de focus vooral op de grote fabrieken van Nieuw-Buinen. Bij de gratie van de hoogwaardige turf die in het dorp gestoken kon worden, ontwikkelde zich halverwege de 19e eeuw een voor Nederland unieke flessenindustrie en handel. In de glasexposities die het Keramisch Museum in nauwe samenwerking met verzamelaar Henk Brans vanaf 2011 maakte, is die geschiedenis jaarlijks steeds verder uitgediept. De flessenfabriek van Thöne-Bakker aan het Noorderdiep (1838-1937) en die van Meursing aan het Zuiderdiep (1845-1967) stonden de eerste expositiejaren dan ook centraal. 

Nieuw-Buinen bood echter meer: de glashandel van Glas Heinz aan het Dwarsdiep (1860-2005) vervulde een internationale rol. Aan datzelfde Dwarsdiep stichtte G. Nanninga ook een ambachtelijke glasfabriek (1960-1980). Maar aan de Groninger kont van de Kanaalstreek zou vanaf 1955 een andere glasindustrie van enorm belang ontstonden voor de regio. Philps liet een fabriekscomplex bouwen waar de zwart-wit beeldbuizen voor televisieapparaten gemonteerd zouden worden. Met steun van het Philipsmuseum Stadskonaal werd in de nieuwe expositie op basis van de collectie Brans aandacht besteed aan de absoluut grootste werkgever op glasgebied in de Kanaalstreek.

Brans wist de afgelopen jaren ook belangrijke stukken en documentatie te verwerven over de twee grote Musselkonaalster glasfabrieken van Sterglas Wilbrink (1950-1975) en Pfeiffer (1982-2002), fabrieken die zich ook kenmerkten door ambachtelijk vakmanschap. Opmerkelijk is dat net als in Nieuw-Buinen sprake is van de inbreng van een Duitse glasblazer: Wilbrink haalde de veelzijdige Gunter Hitze naar Musselkonaal. Na de sluiting van Sterglas ging Hitze bij de nieuwe glasfabriek van Rosien in Gasselternijveen werken. Daar was de latere Musselkonaalster fabrikont Ger Pfeiffer zijn assistent. Hitze ging nadien bij Nanninga in Nieuw-Buinen werken.

De glasfabriek van Pfeiffer, die in augustus 1982 na een lange voorbereidingstijd opende aan de Marktstraat 28 in Musselkonaal, was de laatste van de DrentsGroningse Kanaalstreek. Ger(ard) Pfeiffer noemde zichzelf glasblazer in de vierde generatie. In een interview in de Winschoter Courant van augustus 1982 verwees hij naar een voorvader die een glasfabriek in Engeland had. Hij blies bij Philips Stadskonaal laboratoriumglaswerk en in de kleine glasfabriek van Rosien in Gasselternijveen blies hij samen met de Duitse glasblazer Günter Hitze kunstglas. Populair werden later Pfeiffers presse-papiers. Voor het Wereld Natuur Fonds ontwierp hij een reeks dierplastieken.

Pfeiffers zoon Emil ging in 1987 op 17jarigleeftijd in de leer bij zijn vader. Hi kreeg twee jaar later het eigendom van de fabriek en weer twee jaar later verhuisde de fabriek naar Borger, om daar tot maart 2001 glas en kristal te produceren. De fabriek trok in Drenthe 15.000 tot 20.000 toeristen per jaar, maar werkweken van 100 uur werden de jonge ondernemer te veel. Royal Leerdam Cristal bood uitkomst: Emil werd vijf jaar productieleider van de Leerdammer fabriek. Die functie had hij ook bij de Amsterdamse glasfabriek Van Tetterode.

De tentoonstelling werd zaterdagmiddag om 14.00 uur geopend door wethouder Albert Trip van de gemeente Borger-Odoorn. Hij is onder andere portefeuillehouder voor cultuur en erfgoed. De tentoonstelling is tot 28 maart 2022 te zien.

Via De Nieuwsbode