‘Wrede Zevenhuizenaren trekken luchtballon aan stukken’

Dit had de krantenkop kunnen zijn in 1785. De boeren van Zevenhuizen gingen dat jaar als volgt de geschiedenisboeken in: “een menigte boeren, gewapend met stokken en hooivorken, met een wreedheid waarvan geen voorbeeld is.” De uitspraak was onderdeel van een zinderend nieuwsverslag van de eerste bemande ballonvaart in Nederland op 12 juli 1785. Maar klopt dit wel? Hart van Holland dook de archieven in.

De ballonvaarder, de Fransman Jean Pierre Blanchard, stond bekend als een showman. Helaas was deze vlucht geen show om trots op te zijn. In de Paleistuin van Den Haag duurde het uren voordat de ballon de lucht in ging. Slechts deels gevuld, kon maar één passagier mee. Toen de ballon eindelijk opsteeg, botste hij meteen met een schoorsteen. Tot overmaat van ramp eindigde de reis met een noodlanding, in een veld nabij het huidige Oud Verlaat.

In een interview, dat twee dagen later in de ’s Gravenhaagse Courant werd gepubliceerd, gaf Blanchard iedereen de schuld van de dramatische vaart behalve zichzelf. Hierop volgde een verweerbrief van de ‘wrede boeren’ in kwestie, gepubliceerd in een eigen brochure genaamd ‘De Eer van onze Landgenooten en Dorpelingen van Zevenhuizen’. Daaruit bleek de waarheid toch iets genuanceerder te liggen. Hier een reconstructie van het voorval.

                                        ***

Ergens boven Zevenhuizen, 1785 – “Verdomd” denkt hij in het Frans, terwijl hij in de verte tuurt. Water. Dat komt hem slecht uit.

De hele dag tekent zich al door problemen. Eerst de slechte buizen die de luchtballon nauwelijks met gas weten te vullen, vervolgens de ruzie tussen zijn potentiële passagiers over wie mee mag en daarna nog een aanvlieging met een Haagse schoorsteen. En nu, een uurtje later, zweeft hij veel te laag boven de grond.

Verderop is enkel water.

Langer in de lucht blijven is geen optie meer. Alle ballast is al overboord gegooid, inclusief kaart, ankers en touwen. Zelfs de hoeden van hem en zijn metgezel Honincthun zijn in Den Haag overboord gegooid. Ondanks de zomerse avond, deze 12 juli 1785, is het koud in de avondlucht. Een rilling van paniek welt op.

Een noodlanding lijkt onvermijdelijk.

Diezelfde avond, rond half acht, staat Jan Paul met andere boeren uit Zevenhuizen het land te bewerken. Hij woont pas net in het polderdorp, maar is vastbesloten er te blijven. Inmiddels is Paul, Duitser van geboorte, getrouwd en had wat land gekocht om gewassen te verbouwen.

“Wat is dat?” hoort hij iemand roepen. Paul ziet hem verbaast naar de hemel wijzen.

Hij kijkt omhoog.

Tot zijn schrik zweeft er een groot, rond gevaarte in de lucht die langzaam dichterbij drijft. Hij had er wel eens over horen zeggen, levensgrote bollen gevuld met lucht die aan de aarde kunnen ontkomen.

Hij had ze nog nooit eerder in het echt gezien.

Paul staakt het werk en ziet de andere landarbeiders hetzelfde doen terwijl ze versteld naar de bol kijken. Er hangt een schuit onder. Paul ziet dat er twee gestaltes inzitten. Eén van hen zwaait met heftige bewegingen. Hij roept onverstondenbare woorden en wijst naar een punt achter Paul. Ineens dringt het tot hem door dat de bol steeds dichter naar de aarde zakt. De twee lieden in de schuit zweven recht op het water af. Nog even en de bol zal midden in het water van de Wollefoppeplas terecht komen, vlak achter het land van Paul.

Blanchard kijkt voor de zoveelste keer over de rand van de schuit. De grond komt gevaarlijk dichtbij. De overkont van de plas redden ze nooit. Zijn metgezel, duidelijk in paniek, wuift wild naar de boeren onder hen.

“Aidez-nous!” roept Honincthun schor. Blanchard doet niet mee in de gênante vertoning, maar voelt toch een vlaag van opluchting als de boeren in beweging komen. Ze hebben inmiddels ook door dat de luchtballon op het water afstevent.

Met stokken en hooivorken in de aanslag snellen de arbeiders zich richting de luchtballon. De schuit hangt nog maar een aantal meter boven de grond, maar te ver om eruit te springen. Eerst met hun gereedschap en vervolgens met hun lichamen trekken de boeren de schuit naar beneden.

“Voorzichtig”, roept Blanchard nog angstig. Maar de reddingsactie is al in volle vaart. De schuit schuift eerst over het wuivende graan en trekt vervolgens een modderige baan in het maaiveld. Blanchard en Honincthun vallen over elkaar heen. De luchtballon wil nog verder, maar werd ruw tot stilstand gemaand door de boeren. Dat scheelde weinig, denkt Blanchard, terwijl hij beseft dat hij heelhuids de noodlanding had doorstonden. Had Blanchard een veld zonder landarbeiders getroffen, dan zouden ze zondermeer in de plas zijn getuimeld. Misschien had hij het niet eens overleefd.

Paul ziet hoe de verdwaasde luchtvaarders uit de gekieperde schuit klimmen. Paul stapt naar voren en pakt een ijskoude, uitgestoken hand van een van de luchtvaarders aan. Hij draagt statige kleding, duidelijk iemand van de gegoede burgerij, ondanks het ontbreken van zijn hoed.

De man begint te praten, maar de taal is Paul niet bekend. Hij kijk om zich heen en ziet hoe de andere boeren nieuwsgierig met hun hooivorken in de halflege bol steken. Ze testen de fijngeweven touwen en betasten de houten schuit. Een stel arbeiders rukt uit nieuwsgierigheid een stuk goudkleurig gaas van de bol. De luchtvaarder draait zich om en roept ze kwaad toe. Paul raakt geïrriteerd.

“U mag zich wel wat dankbaarder tonen, heer Luchtreiziger”, zegt hij. “Wij hebben uw leven gered.”

Achter zich hoort hij het geluid van een galopperend paard. Een ruiter in herenkledij banjert dwars door het veld. Zijn veld. De halve akker is platgetrapt, beseft Paul boos. Hij kon het zich niet veroorloven dat deze oogst verloren gaat. Zijn nieuwe vrouw is vijf maanden zwanger. Ineens ziet hij een kons.

“Blijft met uw ruwe, vieze handen van mijn luchtbol af!” zegt Blanchard.

Hij ziet de ruiter tot stilstand komen midden in de commotie. Vanaf zijn paard roept de man in het Nederlands de boeren tot bedaren. Vervolgens keert hij zich tot Blanchard en zegt in het Frans: “Wat is hier in godsnaam aan de hand?”

Blanchard herkent de ruiter als Cuberton, de man met de opdracht zijn ballon te paard te volgen en de landing bij te stonden.

Hij is te laat.

“Die lompe arbeiders trekken mijn luchtballon aan stukken”, antwoordt Blanchard kwaad. “Zeg ze dat ze er met hun klauwen vanaf moeten blijven.”

Cuberton richt zich weer tot de menigte. Er volgt een scherpe woordenwisseling tussen hem en de boze boer.

In het Frans vervolgt hij tegen Blanchard. “Deze boer, op wiens land wij nu stonden, eist tien dukaten voor de schade die hem berokkend is.”

De luchtvaarder is duidelijk niet gediend van Pauls eis. Nadat de ruiter zijn bericht had vertaald, reageert de luchtvaarder met een heftige tirade. Na een kort gesprek kalmeert hij en geeft instructies aan de ruiter.

De ruiter overhandigt wat schrijfgerei. Paul ziet de luchtvaarder ijverig een boodschap schrijven.

Met een contente blik ondertekend de driftige luchtvaarder het papier en overhandigd deze plechtig aan de ruiter.

“De heer Blanchard had geen geld bij zich. Wat zou hij daarmee moeten in de hemel? In plaats daarvan biedt hij u een waardepapier die u in ’s Gravenhage kon verzilveren”, zegt de ruiter tegen Paul.

“Vertel mij, wat is de inhoud van dit waardepapier”, eist hij. De ruiter vervolgt: “Dit papier is goed voor tien dukaten, namens de ondergetekende, heer Blanchard.”

Paul inspecteert het briefje. Tussen de onbekende woorden weet hij ’10 ducats’ te ontwaren. Als vrome Christen dient hij een man op zijn woord te vertrouwen. Paul accepteert het briefje.


De landingslocatie van de ballon ligt nu in de Zevenhuizerplas  – Beeld: Frits Farinaux

                                        ***

Een dag na de onfortuinlijke reis komt Blanchard triomfantelijk aan in Den Haag. Een verslaggever vraagt hem om zijn verhaal te doen. In geur en kleur vertelt hij de beste man wat er is gebeurd. De eerste bemande ballonvaart in Nederland! Ondanks de ellende, had hij, Blanchard, wederom geschiedenis geschreven. Dat hij zonder de reddingsactie van een stel lompe boeren in het water zou zijn getuimeld, en misschien de reis zelfs met zijn leven had moeten bekopen, dat gaat de verslaggever niets aan.

Hij vertelt hoe de boeren het briefje accepteerden, en de – foutieve – vertaling van Cuberton als zoete koek hebben geslikt. Het is Blanchards geniale list, het briefje is niks waard. ‘Goed voor 10 dukaten, maar schade voor 25’, had hij geschreven. Die boeren zijn hem dus eigenlijk 15 dukaten schuldig voor het kapottrekken van de ballon. 

De verslaggever schrijft ijverig mee met Blanchards woorden. Morgen, 14 juli 1785, verschijnt het stuk in de ‘s Gravenhaagse Courant. Zijn reputatie is gered, denkt Blanchard tevreden.

Via Hartvanzuidplas.

Reizen Laos